THEMAVELD 5 : Mooi « anders ». Leven zonder vooroordelen.

Het recht op gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid.

 

Bescherming tegen discriminatie - artikel 2.

Alle rechten gelden voor alle kinderen, zonder enige uitzondering.

De staat is verplicht kinderen te beschermen tegen elke vorm van discriminatie en dient zich actief in te zetten voor de bevordering van de rechten van kinderen.

 

Normaal is anders :

Iedereen is anders. Wie om zich heen kijkt, ziet dat ieder mens verschillend is, niet alleen van uiterlijk, maar ook van karakter, temperament en mogelijkheden. Verschillen vragen om een positieve waardering, omdat we daardoor kennis kunnen maken met het unieke van de mensen. Niemand is gelijk aan de ander en toch scheren we mensen vaak over één kam, vergeten we dat kenmerken van een groep niet automatisch voor elk individu gelden. Iedereen generaliseert. Iedereen is geneigd om anderen te beoordelen zonder de ander te kennen. Velen reageren en oordelen intuïtief en primair op nieuwe gezichten.

Generalisaties leiden gemakkelijk tot stereotype beeldvorming, tot het plakken van etiketten en tot vooroordelen. Als we vooroordelen gaan verwoorden, doen we de ander tekort. Als we naar onze vooroordelen gaan handelen, leidt dit tot discriminatie.

Onderwijs kan een bijdrage leveren aan een manier van denken en handelen, die gericht is op een grotere mate van gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Niet alleen in de eigen leefomgeving, maar wereldwijd.

Indien we dat vertalen naar een doelstelling, dan luidt deze als volgt :

het bewust worden en tegengaan van vooroordelen en etnocentrisme door het bevorderen van een nieuwsgierige, open en tolerante houding voor mensen in de eigen omgeving en elders in de wereld.

Het stimuleren van een actieve en onderzoekende houding bij kinderen en het leren stellen van vragen over het waarom en waartoe, spelen een belangrijke rol bij het tegengaan van vooroordelen. De bewustwording en het tegengaan van vooroordelen is onlosmakelijk verbonden met het bevorderen van een open en tolerante houding ten opzichte van andere mensen.

We moeten streven naar een manier van denken en handelen die gericht is op een grotere mate van gelijke kansen voor iedereen en rechtvaardigheid, niet alleen in eigen land, maar wereldwijd.

Daarom moeten we kinderen inzicht bieden in de achtergronden van vooroordelen, discriminatie en het zondebokverschijnsel. Hen uitdagen antwoorden te bedenken, meningen te geven en oplossingen te zoeken.

 

Een eigen cultuur : taal, leefgewoonten, feesten, kunst, levensbeschouwingen, …

Het is belangrijk dat kinderen kennis en inzicht verwerven over zichzelf en hun eigen culturele achtergronden en waarden. De persoonlijke identiteit vormt de basis voor een nieuwsgierige houding naar en respect voor mensen die vanuit andere culturele achtergronden en andere waarden denken en handelen.

Het beleven en waarderen van de persoonlijke identiteit wordt als een voorwaarde gezien om de ander, die anders is, te ontmoeten en te leren waarderen. Juist vanuit een eigen identiteit kunnen mensen hun cultuur relativeren en met andere mensen samenleven.

Kinderen moeten een eigen plek in een wereld vol verschillen zien te verwerven.

Het verwerven van kennis en inzicht over zichzelf en hun eigen culturele achtergronden en waarden vormt de basis voor een nieuwsgierige houding naar en respect voor mensen die vanuit een andere culturele achtergrond en andere waarden denken en handelen.

Een volgende stap is kennis en inzicht verwerven over andere culturen.

Kinderen een juister en genuanceerd beeld geven over andere culturen (wonen, muziek, voeding, kleding, feesten, taal, verhalen, spel, gebruiken, waarden, …).

Leefwerelden van kinderen dichter bij elkaar brengen.

Het bevorderen van een positieve houding t.o.v. meertaligheid, etnische en culturele diversiteit.

 

Kinderen afkomstig uit minderheidsgroepen - artikel 30.

Kinderen afkomstig uit minderheidsgroepen hebben het recht hun eigen cultuur te beleven, hun eigen godsdienst te belijden en hun eigen taal te spreken.

 

 

Vooroordelen, stereotypen, racisme, seksisme en discriminatie 

Vanuit de waardering voor elkaars identiteit kan ruimte ontstaan om te onderzoeken hoe de ongelijke behandeling van groepen mensen in onze samenleving aanwezig is. Uiteraard moet dat onderzoek aangepast worden aan de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de kinderen.

De leerlingen moeten de achtergronden van vooroordelen, racisme, seksisme, discriminatie en het zondebokverschijnsel leren kennen, ze moeten in staat zijn om voorbeelden te noemen en deze maatschappelijke verschijnselen te plaatsen in hun leefwereld. Naast kennis en inzicht, moeten de activiteiten handelingsperspectief bieden. De kinderen moeten in staat gesteld worden om in hun eigen leefomgeving concreet aan de slag te gaan.

Beelden en beeldvorming

Hoe wordt onze beeldvorming over « anderen » beïnvloed?

De eerste beïnvloeding komt van het gedrag van mensen uit onze directe leefomgeving (familieleden, buren, vrienden, leerkrachten, …), dat dikwijls onbewust wordt overgenomen.

Later nemen kinderen en jongeren, maar ook heel wat volwassenen, stereotype opvattingen over uit de media (boeken, televisie, films, tijdschriften, kranten, strips, …).

Zelfs de afwezigheid in de media van bepaalde groepen (b.v. etnische minderheden, gehandicapten, homoseksuelen, …) kan de indruk wekken dat deze groepen minder waard zijn in onze samenleving.

Om de aandacht van kijkers, luisteraars, lezers te trekken, is men in de media vaak uit op sensationele verhalen en rampen. Dat laat de indruk na dat bepaalde sociale eenheden / landen verzinken in problemen of dat bepaalde sociale entiteiten de oorzaak zijn van heel wat moeilijkheden.

Goed bedoelde campagnes van hulporganisaties om geld in te zamelen voor projecten, kunnen in sommige gevallen eveneens de stereotypen nog versterken.

Tevens moeten we ons, in lessen multiculturele opvoeding, ervoor hoeden op een oppervlakkige manier de nadruk te leggen op het exotische van een cultuur (b.v. muziek, kleding, voeding). Hierdoor worden vooroordelen eerder versterkt dan afgebroken.

In sommige gevallen legt multicultureel lesmateriaal uitsluitend de nadruk op aspecten uit het verleden van een land, terwijl in werkelijkheid culturen zich voortdurend aanpassen aan nieuwe omstandigheden.

In andere gevallen probeert men negatieve stereotypen te vervangen door positieve, waardoor de leerlingen weer geen juist beeld krijgen over andere culturen / sociale entiteiten.

Ook hoe bepaalde feiten uit het verleden, de geschiedenis, worden weergegeven bepaalt eveneens onze beeldvorming. Een eeuwenlange geschiedenis van veroveringen en kolonialisme bijvoorbeeld heeft ons met andere volkeren, culturen, talen en religies in contact gebracht, maar door de verhouding overheerser – overheerste heeft dat tot een bepaalde eenzijdige beeldvorming geleid, die zich tevens uit in bepaalde maatschappelijke structuren en instellingen. Veroverde culturen werden / worden vaak beschouwd als primitief en onbeschaafd. Deze benadering is hardnekkig omdat ze ontstaat vanuit het gevoel, de idee, dat de « westerse beschaving » het summum is van beschaving en dat alle andere culturen dan wel niet altijd minderwaardig zijn, maar dan toch wel minder beschaafd en minder ontwikkeld.

Ook wat we menen waar te nemen, beantwoordt niet altijd aan de werkelijkheid. Die is soms anders dan ze lijkt. Vergissen is menselijk en komt regelmatig voor.

Tevens is het zo dat wat mensen waarnemen, ze verschillend kunnen interpreteren.

Bron : Handleiding VOOROORDELENKOFFER, Stichting Vredeseducatie Utrecht.
De ANDERE KIJKdoos, Stichting Vredeseducatie Utrecht.
Opvoeden tot Wereldburger 1.

Gehandicapte kinderen - artikel 23

Elk gehandicapt kind heeft het recht op aangepaste zorg, onderwijs en training, waardoor het in staat is een bevredigend, volwaardig en behoorlijk leven te leiden, de zelfstandigheid van het kind wordt bevorderd en het kind actief kan deelnemen aan de samenleving.

 

Ben je normaal? Ben je een standaardmens? De mens met alle zintuigen en alle ledematen wordt als volmaakte mens aangezien. In de oertijd was dat een noodzaak om in leven te blijven. Lang gold het recht van de sterkste. In sommige regimes (o.a. het nazi-regime) werden / worden gehandicapten massaal opgesloten en / of gesteriliseerd, omdat het systeem ze als lastposten en minderwaardig beschouwde / beschouwt.

Maatschappelijke integratie kost veel inspanningen en is duur zowel voor de gehandicapte en zijn familie als voor de maatschappij. Maar een humane samenleving zal de nodige inspanningen leveren om gehandicapten de aangepaste zorgen, onderwijs en training te geven, waardoor hun zelfstandigheid bevorderd wordt, ze een bevredigend, volwaardig en behoorlijk leven kunnen leiden en zo actief mogelijk aan het maatschappelijk leven kunnen participeren. Dat is zorgethiek.

Andersvaliden zijn niet noodzakelijk zielig, meelijwekkend of beklagenswaardig.

Ook zij leren, spelen, stoeien, werken, denken, voelen, beleven, …

Ze zijn « anders », maar gelijkwaardig en hebben recht op een gelijkwaardige behandeling en benadering, zonder overcompensatie. Elk mens is gewoon anders ; sommigen kunnen niet lopen of zien, anderen kunnen andere dingen niet. Er zijn voor iedereen verschillende omstandigheden; er zijn geen verschillende kinderen / mensen.

We dienen de leerlingen hiervan bewust te maken.

Zien we de mens of enkel zijn handicap?

Als we iets willen weten van een gehandicapte, durven we dat aan de gehandicapte zelf vragen of vragen we het aan zijn ouders of begeleider?

We zijn wel altijd bereid om iets te doen voor een gehandicapte, maar durven we aan een gehandicapte hulp vragen? Niet om hem een goed gevoel te geven, maar gewoon omdat hij het even goed of beter kan dan wij. Hij kan misschien niet lopen, maar haalt de beste punten van de klas voor taal en rekenen; hij kan misschien niet zien, maar maakt de mooiste gedichten, …

Tevens moeten we de leerlingen sensibiliseren voor het feit dat kinderen met een handicap andere problemen en soms andere percepties hebben. Blind zijn, slechtziend zijn, doof en/of stom zijn, mongool zijn, lichamelijk of geestelijk gehandicapt zijn, heeft als gevolg dat er anders omgegaan wordt met anderen en dat er op een andere, maar evenwaardige manier, geleerd en geleefd moet worden.

Een positieve houding t.a.v. elke gehandicapte is van groot belang.

We kunnen kinderen inzichten laten verwerven in de extra inspanningen die een gehandicapt kind moet opbrengen om vaardigheden en kennis te ontwikkelen.

We kunnen kinderen trachten te laten ervaren wat het betekent om in onze samenleving gehandicapt te zijn.

Vanuit de kennis en het inlevingsvermogen van kinderen in de moeilijkheden, mogelijkheden en beperkingen van gehandicapten, kunnen we trachten een fijngevoelige en respectvolle manier van omgaan met mensen met een handicap trachten te stimuleren.

Tevens kunnen we kinderen zich ervan bewustmaken dat niet alle handicaps aangeboren zijn.

Zorg en voorzichtigheid voor het eigen lichaam en dat van anderen kunnen ontwikkeld worden vanuit deze kennis.

We kunnen de kinderen andere methoden van leren, lezen, spreken, horen laten ontdekken: brailleschrift, gebarentaal, ...

Het nut van alle zintuigen leren inzien.

Andere communicatiemethoden ontdekken en leren ontcijferen en gebruiken.

We kunnen met de kinderen onderzoeken of de school (klassen, toiletten, refter, speelplaats, …), openbare gebouwen in de buurt (musea, bibliotheek, gemeentehuis, zwembad, …), straten, het openbaar vervoer, … aangepast zijn voor mensen met diverse handicaps, zodat ze aan het maatschappelijk leven kunnen deelnemen.

We kunnen hen laten kennismaken met dieren die opgeleid werden voor gehandicapten, zodat ze onafhankelijk en zelfstandig kunnen leven.

We kunnen contacten organiseren met mensen met een handicap.

We kunnen kinderen laten kennismaken met bekende / beroemde mensen met een handicap.

Muziek: Beethoven, Andrea Bocelli, Stevie Wonder, ...
Sport: Paul van Winkel, Kurt van Raeffelgem, Gino de Keersmaker, ...
Kunst: Toulouse-Lautrec, …
Wetenschap: Braille, …

 

 

Jongens en meisjes op gelijke voet ? ! Rolpatronen

In de voorbije jaren is er een belangrijke verschuiving gebeurd in de traditionele rollen die mannen en vrouwen in het gezins- en maatschappelijk leven vervullen. Toch blijven tradionele rolpatronen doorwerken via rolbevestigende manieren van opvoeden, via sommige reclameboodschappen, in strips, kranten, tijdschriften, film, …

Historische en sociale omstandigheden (opvoeding, onderwijs, cultuur, …) leiden ertoe dat jongeren vaak niet de kans krijgen om hun mogelijkheden (talenten, interesses,intelligentie) te ontwikkelen.

Het streven naar gelijke rechten en kansen voor jongens en meisjes, voor mannen en vrouwen is niet alleen een kwestie van mentaliteit, doch ook van structuurwijzigingen.

Opvoeding en onderwijs kunnen een voorname rol spelen in de emancipatie van mannen en vrouwen.

Diverse aspecten kunnen zijn :

  • Rolpatronen in de media.
  • Rolpatronen en opvoeding.
  • Rolpatronen in het gezin, de school, de maatschappij.
  • Rolpatronen uit de eigen cultuur vergelijken met andere culturen.

 

Sociale opvoeding : omgaan met stereotypen, vijandigheid, vooroordelen, discriminatie en racisme

 

Hoe we elkaar waarnemen en beoordelen, hoe we ons tegenover elkaar gedragen, is in belangrijke mate het gevolg van de wijze waarop we sociale relaties waarnemen en ervaren. Deze relaties worden weer in belangrijke mate beïnvloed door de groep waarvan we deel uitmaken. Zo vinden er in een groep leerprocessen plaats. Elementen van de cultuur van de groep, zoals taal, waarden en normen, worden door de oudere leden van de groep doorgegeven aan de jongere. Op deze manier leren ook de jongere leden van de groep opvattingen die bij oudere leden bestaan over andere groepen.

Dat leerproces vindt in vele gevallen spontaan plaats. We leren onze kinderen onbewust overgeleverde denkpatronen en gedragswijzen. Binnen een groep worden denkpatronen over een andere groep vaak overgenomen door de andere en / of nieuwe leden van de groep. Andere, afwijkende meningen worden meestal moeilijk getolereerd binnen de groep. Groepsdruk, die loyaliteit eist, tracht te voorkomen dat er afwijkende meningen zijn. Men vermijdt, bewust of onbewust, de informatie die niet past in de eigen opvatting of deze van de groep en blijft verkeerd waarnemen of (her)interpreteren.

De lessen moeten bewustmaken en het bewust worden van aangeleerde denkpatronen, die tot stereotiep denken, vijandigheid, vooroordelen, racisme en discriminatie kunnen leiden, tot doel hebben.

De moeilijkheden en storingen die bij waarnemen en ervaren van sociale relaties optreden, zijn vergeleken met zintuiglijke waarneming ernstiger en hebben verstrekkende gevolgen: stereotypen, vijandigheid, vooroordelen, discriminatie en racisme.

 

Stereotypen

Tussen mensen bestaan allerlei verschillen. We merken die verschillen op, wanneer we over anderen spreken en naar anderen kijken. Maar tegelijk hebben we de neiging de verschillen aan te dikken. In het beeld dat we van de anderen vormen, krijgt die overdreven voorstelling een vaste plaats. Zo een vast en overdreven beeld noemen we een stereotype. Stereotypen gebruiken we soms om een andere groep te beschrijven. Vaak krijgen we deze stereotiepe beelden door bepaalde ervaringen met de leden van de andere groep en ze bevatten meestal een kern van waarheid. Deze kern van waarheid wordt aangescherpt en gegeneraliseerd. Hoe verder mensen van ons afstaan, hoe sneller we generaliseren.

Bij het veralgemenen vergeet men dat kenmerken van één individu niet automatisch voor ieder lid van de groep gelden en dat kenmerken van een groep niet automatisch voor elk individu gelden.

Een generalisatie kan in meerdere of mindere mate waar zijn, maar als we deze overdrijven ontstaat er een stereotype.

We kunnen pas een onderscheid maken tussen een geldige generalisering en een stereotype, wanneer we over de juiste gegevens beschikken.

Hoewel stereotypen als vaste beelden worden omschreven, kunnen we ze veranderen. Stereotypen zijn de cognitieve kant van een vooroordeel en we gebruiken ze om onze afkerige en vijandige houding te rechtvaardigen en ons vooroordeel verstandelijk te verklaren. Stereotypen passen zich aan bij het op dat moment bestaande vooroordeel of aan de situatie. Ze kunnen bestreden worden, maar dat is niet voldoende om de wortels van het vooroordeel uit te roeien.

 

Vijandigheid

Stereotypie of het gebruiken van een stereotype om een individu of groep te beschrijven, wordt vaak gekenmerkt door het denken in termen van vriend of vijand. Het stereotiepe beeld van de ander gaat een eigen leven leiden. Een vijandbeeld berust op een negatieve ervaring of een negatieve beeldvorming, die slechts na lange tijd en na nieuwe beeldvorming en / of gunstige ervaringen opgeheven kunnen worden. Het vijandbeeld kan ook berusten op vooruitzien, bijvoorbeeld in een machtsconflict, waarbij men bevreesd is voor de verzwakking van de eigen macht.

Vaak ook zoekt men een zondebok als de onderlinge verschillen in een groep niet opgelost kunnen worden. Men zoekt een gemeenschappelijke vijand buiten de groep om de samenhorigheid binnen de groep te versterken.

Vijandigheid is een houding die gekenmerkt wordt door ongunstige opvattingen, negatieve en agressieve opmerkingen en negatieve en agressieve gevoelens jegens een persoon of groep en de neiging om het contact met die persoon of de leden van die groep te vermijden. Doordat men contact schuwt kan men geen ander beeld vormen, noch zijn mening en houding herzien, laat staan wijzigen.

Tegenover vijandigheid staat vriendschap. Vijandige groepen met gemeenschappelijke vrienden krijgen via de contacten van deze individuen wel de kans hun mening te herzien en hun gedrag te wijzigen. Dat kan leiden tot minder vijandigheid en zelfs vriendschap. Doch is dat niet altijd en automatisch het geval. Als de vijandigheid erg groot is kunnen de contacten tussen groepen ook de vooroordelen en vijandigheid versterken, b.v. als tijdens die contacten negatieve opmerkingen worden gemaakt, er sprake is van agressief en / of provocerend gedrag, er conflicten ontstaan.

Vaak gaan vooroordelen en vijandigheid ten opzichte van anderen samen. Groepen of individuen die in hun gedrag en opvattingen het meest van de meerderheid afwijken, worden meestal bevooroordeeld en vijandig bekeken, omdat er een grote tegenstelling in normen en waarden is. Dat zien we gebeuren ten aanzien van minderheidsgroepen en excentriekelingen die als een bedreiging worden ervaren.

 

Vooroordelen

Het zijn gedachten of beweringen zonder voldoende grond of fundering. Het zijn voorbarige oordelen, die ontstaan als mensen niet kritisch nadenken. Generalisaties kunnen leiden tot vooroordelen. Tevens zijn vooroordelen veelal gebaseerd op gevoelens en leiden daarom zo’n hardnekkig bestaan. Er bestaan niet enkel negatieve vooroordelen. We kunnen ook gunstig over iemand of iets denken zonder dat we er voldoende inzicht over hebben. Positieve vooroordelen worden o.a. gehanteerd in de reclame.

Vooroordelen kunnen dus voor of tegen iets of iemand (een individu of groep) gericht zijn. De positieve of negatieve gedachte of bewering zonder voldoende informatie en kennis bepalen onze benadering van dat fenomeen of die persoon of groep. Daarom is het goed om personen in verschillende situaties waar te nemen. Zo objectief mogelijke kennis proberen te verzamelen. Te leren kritisch denken. Voorbarige oordelen die niet worden herzien, worden immers vooroordelen. Een voorbarig oordeel verschilt van een vooroordeel, omdat het bespreekbaar is en kan gewijzigd worden zonder emotionele weerstanden.

Een vooroordeel leidt vaak tot een afkerige of vijandige houding.

Naarmate we een fenomeen of een individu of groep beter leren kennen, kunnen onze vooroordelen verdwijnen. Soms zijn we geneigd vooroordelen in stand te houden, omdat ze ons zekerheid geven of voordeel opleveren.

 

Discrimineren

Als stereotiepe beelden, foute generalisaties, vooroordelen en eigenbelang de basis van onze houding en ons handelen vormen, leidt dat tot discriminatie. Discriminatie is het achterstellen, uitsluiten, beledigen, negatief beoordelen en behandelen van iets, iemand of een groep op basis van het “anders” zijn. Discriminatie kan ook het ophemelen, het bevoordelen, het positief beoordelen en behandelen van iets, iemand of een groep zijn op basis van het “anders” zijn.

(“Anders”: ander ras, sekse, levensovertuiging, politieke overtuiging, uiterlijk, persoonlijke voorkeuren of smaken, tot een andere bevolkingsgroep behoren, een andere mening hebben, ziek of gehandicapt zijn, …).

Er is m.a.w. sprake van discriminatie wanneer iets, iemand of een groep op grond van een onveranderlijk verschil of voor een situatie niet relevant kenmerk ongelijk behandeld wordt met het doel een veranderlijk verschil te handhaven, zodat de eigen bevoorrechte positie gehandhaafd blijft. Discriminatie kan alleen ongedaan gemaakt worden als gediscrimineerde groepen gelijke kansen en gelijke rechten krijgen.

 

Racisme

Racisme is een vorm van discriminatie. Onder de term racisme verstaan we behalve een houding ook een bepaald gedrag tegenover mensen van een ander ras. Racisme is dus rassendiscriminatie. Racisme komt voor uit de omzetting van rassenvooroordelen in het uitoefenen van macht en het geloof in de eigen superioriteit. Het is ook het actief in praktijk brengen van dit geloof en deze houding. Er zijn verschillende soorten racisme: individueel racisme, institutioneel racisme, cultureel racisme.

Om een echte gedragsverandering tot stand te brengen, is meer nodig dan alleen informatie over andere culturen en groepen.

We moeten trachten bij de leerlingen de bereidheid te creëren om de wortels van vooroordelen aan te pakken. Ze moeten zich bewust worden van hun eigen stereotiepe opvattingen, uitingen en gedrag. We moeten hun vaardigheden leren ontwikkelen om vooroordelen in de samenleving te bekampen. We moeten er naar streven dat ze zich persoonlijk inzetten voor gelijkheid en rechtvaardigheid.

 Volgende begrippen en aspecten kunnen binnen dit themaveld aan bod komen: (ab)normaal – vreemd – waarnemen - vergissen – (voor)oordelen – anders zijn – jezelf kunnen zijn – opkomen voor een ander – angst en vertrouwen – veiligheid en geborgenheid – stereotypen – feit / mening – generaliseren – racisme – seksisme - discriminatie .